Provincie en Overijsselse gemeenten: meer samenwerking zorgt voor soepelere aanvragen Investeringsimpuls Verkeersveiligheid

“Als provincie en gemeenten intensiever samenwerken, kun je meer doen voor de bereikbaarheid en leefbaarheid in je provincie”, vindt Cindy Evers van de provincie Overijssel. In werksessies gingen de provincie en gemeenten samen aan de slag met de Investeringsimpuls Verkeersveiligheid. De gemeente Borne deelde tijdens deze sessies bijvoorbeeld tips voor een succesvolle aanvraag. Wat kunnen andere provincies en gemeenten leren van deze Overijsselse aanpak?  

Het Rijk heeft tot 2030 € 500 miljoen beschikbaar gesteld voor de Investeringsimpuls SPV (Strategisch Plan Verkeersveiligheid). Dit geld, bestemd voor het vergroten van de verkeersveiligheid, wordt in verschillende aanvraagrondes uitgegeven. Overheden kunnen tijdens deze ‘tranches’ een aanvraag doen voor een Rijksbijdrage van maximaal 50 procent van de kosten voor infrastructurele maatregelen.

Van 50- naar 30-kilometerwegen in Borne

De gemeente Borne ontving in de eerste tranche € 2,3 miljoen aan Rijksbijdragen om infrastructurele verkeersveiligheidsmaatregelen te treffen. In de tweede tranche hanteerde het Rijk een verdeelsleutel en ontving Borne ruim € 100.000. “Zo’n subsidie is een heel positieve stimulans richting het college en de gemeenteraad om daadwerkelijk aan de slag te gaan met de plannen”, zegt Joachim Wissink. Hij is senior beleidsmedewerker verkeer en vervoer bij de gemeente Borne en was verantwoordelijk voor de aanvraag van de investeringsimpuls tijdens de eerste tranches. “Zowel het Rijk als provincie en gemeenten vinden verkeersveiligheid belangrijk.”  

Met de Rijksbijdrage bracht de gemeente Borne bijvoorbeeld attentieverhogende markeringen en een rammelstrook aan en werden meerdere fiets- en voetgangersoversteekplaatsen gerealiseerd. De Europastraat in Borne is over een lengte van 1180 meter volledig “geüpgraded”   van een 50-kilometerweg naar een 30-kilometerweg, vertelt Joachim. “In Borne noemen we dat upgraden, omdat we bij deze herinrichting ook voor 60 extra bomen, meer groen en een waterberging hebben gezorgd. Een upgrade van de gehele omgeving dus.” Ook zorgt de gemeente op de langere termijn voor de aanleg van een rotonde op de Azelosestraat.

De Europastraat in Borne voor de upgrade (links) en na de upgrade (rechts).

Goede voorbereiding is essentieel

“Het is heel belangrijk dat je als gemeente in de voorbereiding al goed bepaalt wat je wilt veranderen rondom de verkeersveiligheid. En dat je dat niet pas bedenkt op het moment van de aanvraag,” zegt Joachim. Patrick Zoontjes, strategisch beleidsadviseur integrale mobiliteit bij de provincie Overijssel, sluit zich hierbij aan. “Bij gemeenten die beginnen vanuit hun ambities krijgt de uitvoering van het verkeersveiligheidsbeleid echt een impuls. Daar is Borne een concreet voorbeeld van.”

Dat Borne een kleine gemeente is, kan voordelen hebben, vindt Joachim. “Borne is behoorlijk overzichtelijk en de lijntjes tussen de afdelingen zijn kort. We betrekken daardoor veel meer instanties en afdelingen bij de herinrichting van het ruimtelijk domein dan in grote gemeenten.” Gemeenten zijn ook afhankelijk van de gedrevenheid van de ambtenaar en de bestuurder, aldus Joachim. “Ik ben binnen Borne in mijn eentje verantwoordelijk voor de aanvraag van de investeringsimpuls. Als ik het niet doe, gebeurt het niet. Maar ook bestuurlijk draagvlak is belangrijk.”

Meer moeite met SPV-aanvraag in kleine gemeenten

“In een landelijk overleg werd besproken dat kleinere gemeenten meer moeite hebben om zo’n aanvraag in te dienen”, zegt Ebelien Groefsema, beleidsontwikkelaar verkeersveiligheid bij de provincie Overijssel. “Heel veel taken liggen daar op één bordje.” Haar collega Cindy Evers, programmasecretaris gebiedsgerichte regionale mobiliteitsaanpak, vertelt dat kleine gemeenten het soms helemaal niet proberen. “Ze kunnen bijvoorbeeld voor twee of drie wegen een Rijksbijdrage aanvragen, maar vinden het ingewikkeld en niet de moeite waard voor wat het oplevert.” Ook een personeelstekort zorgde er bij sommige gemeenten voor dat ze geen aanvraag indienden.

Grotere gemeenten met meer medewerkers hadden in de eerste tranche een streepje voor, vindt Joachim. “Het was toen wie het eerst komt, wie het eerst maalt. Ik moest de voorbereiding grotendeels alleen doen en de aanvraag was ook niet makkelijk, vertelt hij. “Ik kwam er per ongeluk achter dat je verschillende stappen en subsidies kunt combineren.” Joachim nam contact op met het Kennisnetwerk SPV en dat verhelderde het aanvraagproces.

Werksessies

Door de aanvraagproblemen bij de kleine gemeenten besloten we om voor de tweede tranche een aantal werksessies te organiseren, vertelt Ebelien. “Gemeenten die ervaring hadden met de eerste tranche adviseerden daarin collega’s van andere gemeenten. Ook namen we gezamenlijk de aanvraag door.” Ze legt uit dat dit de drempel wegnam die sommige gemeenten daarbij hadden.

De provincie Overijssel verstrekt zelf ook mobiliteitssubsidies en voert daar jaarlijks gesprekken over met de gemeenten. Tijdens die overleggen komt de aanvraag voor de Rijksbijdrage ook aan de orde. “We stimuleren gemeenten om de aanvraag te doen en geven ze succesvolle voorbeelden”, aldus Cindy. Ze vertelt dat sommige gemeenten nog amper kennis hadden van de investeringsimpuls. “De werksessies zorgden voor communicatie en bewustwording. Hierdoor is de tweede tranche door meer gemeenten benut dan de eerste.”

De gemeente Borne was bereid om kennis en expertise rondom de Rijksbijdrage te delen in de werksessies, vertelt Ebelien. Joachim: “Ik heb een Excellijst gemaakt met de opbouw van onze aanvraag voor de investeringsimpuls en hoe ik alle projecten erin had weggezet. In de sessies liet ik deze lijst zien en legde ik uit hoe je slim om kunt gaan met de menukaart en waar de kansen liggen.”

Een heel mooi vehikel

“We hebben een heel mooi vehikel ontwikkeld waarin we samen tal van dingen kunnen bespreken op het gebied van mobiliteit, de Regionale Mobiliteitsaanpak Overijssel”, vertelt Patrick. Hiermee geeft de provincie samen met de partners invulling aan het mobiliteitsbeleid en de verdeling van de beschikbare financiën.

“Vaste ‘gremia’ waarin we elkaar spreken zijn de mobiliteitsdagen, ambtelijke overleggen over mobiliteit en verkeersveiligheid en bestuurlijke overleggen waarin we zwaarwegende adviezen aan Gedeputeerde Staten voorbereiden”, legt Patrick uit. Alle gemeenten in Overijssel nemen hieraan deel. “Als er een actualiteit langskomt, zoals de aanvraag voor de investeringsimpuls, zeggen we tegen elkaar: ‘goh, het zou goed zijn om daar wat langer bij stil te staan.’” Zo ontstond ook het idee van de werksessies.

Risicogestuurde aanpak bij verkeersveiligheid

Bij de tweede tranche moesten de aanvragers aangeven of ze een risicoanalyse hadden opgesteld. De risicogestuurde aanpak bij verkeersveiligheid staat centraal in het Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030 en dus ook bij de investeringsimpuls. Ebelien: “De risicogestuurde aanpak is een datagedreven aanpak, die gericht is op het voorkomen van ongevallen door proactief in te grijpen op risico’s in het verkeerssysteem. Het gaat onder meer om locaties, omstandigheden of gedragingen waarvan we redelijk kunnen inschatten dat ze de kans op gevaarlijke verkeerssituaties vergroten. Ook gaat het om het leggen van verbanden tussen het ontstaan van ongevallen en risicofactoren in het verkeer, zoals afleiding of rijden onder invloed, snelheid en de inrichting van de weg.”

Voor veel wegbeheerders is dit een nieuwe methode. “Meer prioriteit geven aan risicovermindering is echt een andere insteek”, zegt Patrick. “Zeker in de eerste tranche waren gemeenten nog niet zo ver.” Ebelien: “De provincie heeft voor het opstellen van de risicoanalyses, uitvoeringsagenda’s en -programma’s een externe partij ingeschakeld. Die onderzocht samen met de gemeenten wat de belangrijkste risicothema’s en passende maatregelen waren.” vertelt Ebelien. Ook de gemeente Borne maakte hier gebruik van. “Daarnaast liet de provincie een animatie maken over de risicogestuurde aanpak, die gemeenten en andere verkeersveiligheidspartners kunnen gebruiken in presentaties.”

Met intensievere samenwerking meer doen voor de bereikbaarheid en leefbaarheid

Patrick is trots op hoe de provincie Overijssel mobiliteitsvraagstukken gezamenlijk aanpakt. “We hebben het voor elkaar omdat we de gemeenten al aan de voorkant via de Regionale Mobiliteitsaanpak meenemen.” Cindy vult aan: “Als provincie en gemeenten intensiever samenwerken, kun je meer doen voor de bereikbaarheid en leefbaarheid in je provincie”, vindt ze. “Ik zou andere provincies willen adviseren het zoals bij ons te organiseren.”

Joachim ziet ook nog wat verbeterpunten voor de volgende tranche. “Het lijkt mij bijvoorbeeld goed om de voorbereiding ook meer samen te doen, zodra we als wegbeheerders weten hoe de aanvraag er precies uit gaat zien.”